De boer op: ‘Dit werk is mijn passie en mijn pensioen’

Veearts Bernd Hietberg is op werkbezoek bij boeren op het Drentse platteland. De veehouders willen het beste voor hun koeien en doen dat met hart en ziel. Deel 2 van ‘de boer op’: zo schoonvader, zo schoonzoon.

Bart van Dijk melkveehouder

In het drieluik verhalen onder de titel ‘De boer op’ lopen we een dag mee met veearts Bernd Hietberg uit Beilen in Drenthe. Dit is deel 2: op bezoek bij melkveehouder Bart van Dijk, die zijn bedrijf runt met hulp van zijn hele familie: Boer ben je zeven dagen per week, het is je passie. Anders houd je het ook niet vol.”

Klam weer, niet optimaal

“Hoe gaat het?,” vraagt veearts Bernd Hietberg van dierenartsenpraktijk Beilen tijdens het maandelijkse werkbezoek aan veehouder Bart van Dijk. Beiden weten dat het niet per se gaat om de boer, maar om zijn bedrijf. Die tuit in eigen stal wat zuinig zijn lippen. Want het kan beter. Het klamme weer is voor de koeien niet optimaal geweest. Hij verwacht dat er minder koeien drachtig zijn dan waar hij op hoopt. En minder drachtige koeien, betekent op termijn ook minder melk en minder omzet.

Familiebedrijf verhuist naar Drenthe

Zeventien jaar geleden verhuisde Van Dijk met zijn gezin vanuit het Noord-Hollandse Naarden naar Beilen. “Het werd te krap en we hadden geen ruimte meer om te ontwikkelen, “ zegt de boer over de keuze. De koeien van het familiebedrijf, oorspronkelijk opgezet door zijn vader, verhuisden mee. Over het verhuisplan heeft hij nooit spijt gehad. “De Drentse omgeving is prachtig en het is heerlijk rustig.”

Taken verdeeld

Ook een fijne bijkomstigheid: hij heeft het goed met zijn schoonfamilie getroffen. Samen met zijn 73-jarige schoonvader Cor Streefkerk heeft hij de zorg voor de koeien verdeeld. Veertien dagen na de geboorte verhuizen de pasgeboren kalfjes naar de stal van zijn schoonvader even verderop, om vervolgens na ongeveer twee jaar weer terug te keren naar de geboorteplek. De koe is dan oud genoeg om melk te geven.

Kijk hoe mooi die vacht glanst; je ziet dat de koe in goede conditie is

In de rij voor de veearts

De veearts maakt zich klaar om de koeien te onderzoeken. Met een echo kan hij zien of de aannames van de boer, minder drachtige koeien, ook klopt. Net als bij boer Robbemont controleert Hietberg ook de gezondheid van de beesten. Bij de koeien die drachtig moeten zijn, ziet hij op het scherm van een echo aan zijn arm of dat ook is gelukt. De boer houdt met een formulier de zaken bij. Geen koe ontsnapt aan het oog van de veearts. Hij wijst naar een vacht. “Kijk, hoe mooi deze glanst. Hieraan kun je zien dat de koe in goede conditie is.” Bij de potentieel drachtige koeien knikt hij soms bevestigend, dan weer ontkennend. De boer heeft gelijk, er blijken inderdaad minder koeien drachtig.

Lange Janssen weer niet drachtig

Voor sommige koeien kan dat bevestigende knikje hun voorbestaan betekenen, zoals voor koe Lange Janssen. Het is een van de oudste koeien van het boerenbedrijf, zo’n vijftien jaar. Maar om te blijven moet ze toch écht wel een keer weer drachtig worden. De arm van de veearts verdwijnt in de koe, hij kijkt naar zijn echo. Hij schudt zijn hoofd. Een dood embryo. “Dat is heel jammer,” zegt de boer wat bedrukt. “Ik wil haar niet wegdoen, maar ze moet nog wel wat opleveren.”

Een boer stopt ooit met melken, nooit met koeien houden

Boerenleven is pensioen

Ondertussen is schoonvader Streefkerk ook de boerderij van zijn schoonzoon binnengelopen. Hij komt elke dag wel even langs. Samen met de veearts en de boer neemt hij nog wat zaken door. Op de vraag of de 73-jarige niet eens met pensioen wil, trekt hij zijn wenkbrauwen op. “Dit is mijn pensioen en mijn leven,” zegt hij stellig. “Boer ben je zeven dagen per week, het is je passie. Anders houd je het ook niet vol.” Voor de veearts is het geen verrassende opmerking. “Ze zeggen altijd: een boer stopt ooit met melken, maar nooit met koeien houden.”

Geertjes gaan van vader op zoon

Bij de koffie bespreekt de veearts met boer Van Dijk alle bevindingen. De boer heeft de lijst met koeiennamen op tafel liggen. Zo staan er enkele Geertjes en Hendrika’s op. “Geertje was één van mijn eerste koeien van mijn vader, dit is haar nageslacht,” licht Van Dijk toe. Hij hoopt dat zijn kinderen het bedrijf ooit ook overnemen, maar voorlopig is dat nog niet aan de orde. “Ik ben pas 54 en ik word meestal jonger geschat.” Tegen die tijd wordt het misschien weer: zo vader, zo zoon (of dochter).


Comments

  1. Komt me bekend voor : eens in de maand drachtigheidscontrole en andere checks de vraag van hoe gaat het was altijd veelomvattend en had soms niet alles met koeien te maken boer/privé.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *