Kalversterfte: hoe pakken boeren dat aan?

De kalversterfte op Nederlandse melkveebedrijven neemt de laatste jaren langzaam toe. Daar is niemand blij mee, vooral boeren zelf niet. Wat doen boeren zelf om dat te verbeteren?

kalversterfte

Elke melkveehouder heeft er mee te maken: kalversterfte. Zo noem je het als een kalfje in het eerste levensjaar door ziekte of letsel komt te overlijden. Dat is voor niemand leuk. Het levert heel wat boeren slapeloze nachten op.

Kalfjes belangrijk voor boer

Kalveren zijn belangrijk voor een boer en zijn bedrijf. Een melkkoe moet elk jaar een nieuw kalfje krijgen om melk te kunnen blijven geven. Vrouwelijke kalfjes, de vaarskalveren, zijn de melkkoeien van de toekomst. Stierkalfjes gaan na een korte periode op de melkveehouderij naar een kalverhouderij.

Goede start

Boeren hebben er dus belang bij dat  kalveren gezond ter wereld komen en een goede start van hun leven krijgen. Meestal lukt dat ook. Zo stierven er bij 44% van alle melkveehouders in Nederland in het derde kwartaal van 2105 helemaal geen kalfjes. Maar toch lukt het niet een boer om het in alle gevallen te voorkomen. Kalfjes zijn ontzettend kwetsbaar in de eerste paar dagen na hun geboorte. De kans dat een kalfje ziek wordt en komt te overlijden kan wel worden verkleind, maar volgens wetenschappers is het onmogelijk om het helemaal te voorkomen.

Kalversterfte in cijfers

Hoe zit het met kalversterfte in cijfers? Op Nederlandse melkveebedrijven was de kalversterfte in 2015 gemiddeld 13,3%. Dit betekent trouwens niet dat 13,3 procent van alle geboren kalfjes te vroeg overlijdt. De Gezondheidsdienst voor Dieren, die de cijfers verzameld, kijkt per bedrijf en per kwartaal naar het aantal gestorven kalveren en deelt dit aantal door het gemiddeld aantal aanwezige kalveren (tot 1 jaar) in dat kwartaal.

Cijfers niet absoluut

Dat die cijfers heel wat anders kunnen betekenen, laten we zien met een voorbeeld. Stel: In een bedrijf worden per jaar 100 kalfjes geboren, waarvan er 5 overlijden. Maar, de boer verkoopt daarnaast  en 50 worden verkocht. Dan is het sterftecijfer niet 5% (100/5) maar 10% (50/5).

Kalversterfte neemt toe

Dat neemt niet weg dat de kalversterfte sinds 2010 is toegenomen. De meeste kalfjes sterven in de eerste drie weken na de geboorte. Meer dan de helft van de kalfjes komt te overlijden aan de gevolgen van diarree. Ook luchtwegaandoeningen zijn een belangrijke doodsoorzaak.

Meeste boeren scoren bovengemiddeld goed

De meeste rundveebedrijven doen het beter dan gemiddeld als het om kalversterfte gaat. Bij 11.246 rundveebedrijven ligt de sterfte van kalfjes tot 14 dagen onder het gemiddelde. 5.547 boeren bedrijven zitten daarboven. Bij een deel daarvan, 1.265 bedrijven, is het sterftepercentage 20 procent of nog hoger. 

Kalversterfte: vaak opstapeling van problemen

Hoge kalversterfte bij melkveebedrijven blijft nooit onopgemerkt. Niet alleen de inspectie komt namelijk regelmatig langs voor controles. Ook dierenartsen hebben een plicht om aan de bel te trekken als ze zich zorgen maken over de omstandigheden op een bedrijf. Als boeren het slecht doen, moeten ze met behulp van hun dierenarts een verbeterplan opstellen. Daarnaast kunnen ze de hulp inroepen van speciale bedrijven die de boer kunnen bijspringen.

Zuivelbedrijven ondernemen actie bij problemen

Ook de zuivelbedrijven hebben een actieve rol. Zij nemen immers de melk af van de boer en bij een hoge kalversterfte zijn er vaak meer problemen die niet goed zijn voor de gezondheid van koeien. Daarom heeft elk zuivelbedrijf in Nederland een plan klaarliggen wat bij dit soort gevallen uit de kast wordt gehaald om boeren te helpen die verbetermaatregelen toe te passen. Als uiterste maatregel legt kan het zuivelbedrijf de afname van melk stilleggen.

Wat kunnen boeren zelf doen?

Volgens onderzoekers is het vooral belangrijk dat kalfjes vlak na de geboorte genoeg biest krijgen. Dat is de eerste melk die een koe geeft na de bevalling. Biest zit niet alleen vol waardevolle voedingstoffen, het geeft het afweersysteem van een kalfje ook een enorme boost. Verder is de hygiëne belangrijk in de stal. Veel melkveehouders hebben de zaken al goed op orde. Voor anderen is het moeilijker, bijvoorbeeld omdat ze verouderde stallen hebben en niet genoeg geld hebben om te kunnen investeren in een moderne stalinrichting. Boeren, zuivelbedrijven en anderen in de branche werken hard aan plannen om voor dat soort problemen een oplossing te vinden en de kalversterfte terug te brengen. Een daarvan is de introductie van het kalfvolgsysteem.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *