We gaan met z’n allen plantaardiger eten voor de planeet én onze gezondheid. Dat is in het kort het advies van de Gezondheidsraad voor de Richtlijnen Goede Voeding 2025. Hoe zit het dan met melk en yoghurt en andere zuivel? Uit de grondige analyse van wetenschappelijke onderzoeken is de conclusie dat zuivel belangrijk is en blijft voor een gezond voedingspatroon.
Gezondheidsraad: melk en zuivel belangrijk in een plantaardiger dieet

Gezondheidsraad: enkele porties zuivel per dag en varieer
Het advies van de Gezondheidsraad is helder: eet dagelijks enkele porties zuivel en wissel af tussen de verschillende soorten.
Wat is de Gezondheidsraad?
De Gezondheidsraad is een onafhankelijke adviesraad van wetenschappers en artsen. Zij geven de Nederlandse overheid advies over gezondheid, voeding en leefstijl. Dat doen ze door alle beschikbare wetenschappelijke onderzoeken zorgvuldig te beoordelen.
In december 2025 publiceerde de Gezondheidsraad een nieuw deeladvies over eiwitbronnen en voedingspatronen. Dat advies is onderdeel van de nieuwe Richtlijnen Goede Voeding die in 2026 verschijnen, waar later ook de Schijf van Vijf op wordt gebouwd. Het gaat dus niet alleen over zuivel, maar over álle belangrijke eiwitbronnen in onze voeding: vlees, vis, peulvruchten, noten, plantaardige alternatieven én zuivel.
Meer plantaardig, maar niet zonder zuivel
Een belangrijk uitgangspunt in het nieuwe advies is dat we meer plantaardige producten zouden moeten eten. Dat is beter voor het milieu en helpt veel mensen om meer vezels binnen te krijgen. Daarom adviseert de Gezondheidsraad onder andere:
- meer peulvruchten,
- minder rood en bewerkt vlees,
- meer variatie in eiwitbronnen.
Tegelijkertijd laat de wetenschap zien dat zuivel een bijzondere positie heeft. Melk, yoghurt en kaas leveren belangrijke voedingsstoffen en blijkt in veel onderzoeken juist gunstig voor de gezondheid.
Hoe onderzoekt de Gezondheidsraad dat?
De Gezondheidsraad kijkt niet alleen naar wat een onderzoek laat zien, maar vooral naar hoe goed het onderzoek is. Daarbij gebruiken ze verschillende soorten wetenschappelijk onderzoek.
- Grote bevolkingsonderzoeken (cohortonderzoek)
Hierbij worden grote groepen mensen jarenlang gevolgd. Onderzoekers kijken wat mensen eten en welke ziektes zij later wel of niet krijgen.
- Voordeel: veel mensen, lange tijd
- Nadeel: je ziet verbanden, maar geen harde oorzaak-gevolgrelatie
- Vergelijkende experimenten (RCT’s)
Bij dit type onderzoek krijgen mensen bewust verschillende soorten voeding, zodat onderzoekers goed kunnen vergelijken.
- Voordeel: je kunt beter zien wat het effect van voeding zelf is
- Nadeel: ze duren vaak korter
- Overzichtsstudies (meta-analyses)
Dit zijn studies die alle bestaande onderzoeken samen analyseren.
- Voordeel: zeer betrouwbaar
- Daarom wegen deze studies extra zwaar bij de Gezondheidsraad
Niet elk bewijs is even sterk
De Gezondheidsraad weegt al het bewijs en deelt conclusies in op basis van hoe zeker ze zijn:
- Sterk bewijs: veel goede onderzoeken laten hetzelfde zien
- Matig bewijs: aanwijzingen, maar minder zekerheid
- Onvoldoende bewijs: te weinig of tegenstrijdige resultaten
Wat zegt de Gezondheidsraad over zuivel?
Na het analyseren van duizenden onderzoeken komt de Gezondheidsraad tot de volgende conclusies:
| Gezondheidseffect | Conclusie | Bewijskracht |
| Darmkanker | Lager risico | Sterk |
| Diabetes type 2 (yoghurt) | Lager risico | Sterk |
| Beroerte (melk) | Lager risico | Sterk |
| Hartziekten (kaas) | Klein positief effect | Sterk |
| Cholesterol, bloeddruk, gewicht | Geen effect | Sterk |
(bron: Gezondheidsraad 2025)
